UitBuro UitBuro UitBuro UitBuro
#
De Aanval, het bombardement op Rotterdam

Dat Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog werd gebombardeerd, weet iedereen. Maar waarom de stad vernietigd moest worden, is minder bekend. En wat gebeurde er in de dagen voorafgaand aan de bommenregen? Deze reconstructie is tot stand gekomen met dank aan Uitagenda Rotterdam en Museum Rotterdam. 

Tekst: Clint van der Hartt

OP 10 MEI 1940...

…stapt een groep Fallschirmjäger in hun vliegtuigen richting Rotterdam. Deze ‘jagers’ vormen een elite-eenheid binnen de Duitse luchtmacht en zijn gespecialiseerd in verrassingsaanvallen ver achter de vijandelijke linies. Het aanvalsplan is simpel en doeltreffend: vanuit de lucht en met behulp van parachutes nemen de militairen belangrijke strategische doelen in waarna het voor de andere infanteriedivisies makkelijker is om het gebied te veroveren.

Rotterdam ontwaakt door het geluid van overkomende vliegtuigen. Dat het er zo veel zijn, is opvallend. Toch raakt niemand echt in paniek. Iedereen denkt dat de vliegtuigen richting Engeland gaan, waarmee Duitsland al sinds september 1939 in strijd is verwikkeld. De stad heeft 125 jaar geen oorlog gekend. Er heerst een zekere mate van oorlogsdreiging, maar de algemene opvatting luidt: Nederland blijft neutraal, net als in de Eerste Wereldoorlog.

Boven zee keren de vliegtuigen om. Totaal onverwacht wordt Vliegveld Waalhaven aangevallen. Eerst door een bombardement, daarna door de parachutisten. Het is een strategie waar Rotterdam niet op berekend is. Begin jaren veertig is de parachute een soort science-fictionmiddel, een nieuwigheid. De Nederlandse verdediging richt zich in die tijd nog vooral op de waterlinie.

Het doel van de Duitse aanval op Rotterdam is vrij helder. De bruggen over de Maas moeten worden veroverd zodat de hoofdmacht die over land komt door kan stoten naar het hart van Nederland. Het is een puur strategische zet. Sommige soldaten vinden het spijtig dat ze die vriendelijke Hollanders moeten aanvallen, maar het is noodzakelijk om te voorkomen dat de Engelse vijand via Nederland het industriële hart van Duitsland kan treffen. Dat Rotterdam hier de dupe van wordt, is pijnlijk. De stad heeft een innige relatie met Duitsland. In economisch opzicht zijn ze erg afhankelijk van elkaar. Er wonen dan ook veel Duitsers in Rotterdam, wat vrijwel meteen na de eerste aanval tot paranoia leidt.

Vliegveld Waalhaven is niet de enige plek die belaagd wordt. Verderop dalen Duitse parachutisten neer bij het Stadion Feijenoord. Ze verzamelen hun wapens om richting de Maasbruggen te gaan. Op de rivier landen watervliegtuigen met soldaten. Met rubberbootjes gaan ze aan wal. De Duitsers nemen stelling aan beide kanten van de Willemsbrug en op het Noordereiland. Op de brug wappert het hakenkruis. Rond het Afrikaanderplein raken Nederlandse soldaten met Duitsers in gevecht. De bewoners rondom het plein hangen uit de ramen en juichen hun strijdende landgenoten toe alsof het een voetbalwedstrijd is. Het is voor hen nog moeilijk te bevatten dat het oorlog is.

Hoewel een reactie van het Nederlandse leger niet lang uitblijft en er snel een verdediging wordt opgezet, hebben de Duitsers na één dag de zuidoever en het Noordereiland in handen. De Noordoever is (nog) in bezit van de Nederlanders, met uitzondering van het gebouw van de Nationale Levensverzekeringenbank aan de kop van de Willemsbrug. In dat gebouw en bij de brugoprit ervoor zitten vijftig tot zestig Duitse soldaten geïsoleerd. Ze kunnen niet terug naar ‘hun’ kant op Zuid, omdat de brug continu onder vuur ligt. Het is een situatie die in totaal vijf dagen duurt.

In de vier dagen na 10 mei woedt er een flinke strijd; Rotterdam geeft zich niet zomaar over. De stad wordt continu getroffen door precisiebombardementen. Verschillende treinstations en de Marinierskazerne aan het Oostplein moeten het ontgelden. Ook Diergaarde Blijdorp, meteen naast het station Delftsche Poort, wordt geraakt. Overal lopen verminkte of ontsnapte dieren, een groep mannen stampt in hoog tempo noodgebouwen uit de grond. Op 11 mei nemen de Duitsers stelling in het stoomschip Statendam van de Holland Amerika Lijn, dat aan de Wilhelminakade ligt. Nederlanders beschieten het schip vanaf de noordoever, waardoor er brand uitbreekt. Mensen schuilen in de in aanbouw zijnde Maastunnel of duiken hun kelder in. Iedereen is op z’n hoede. Er gaan veel geruchten rond over verraad. Soldaten durven geen eten meer aan te nemen.

Ondertussen wordt het Noordereiland vanaf meerdere kanten onder vuur genomen. Vanaf de Noordoever door de Nederlandse artillerie, vanaf de Maas door Nederlandse marineschepen. De luchtmacht laat zelfs bommen vallen. Het is afzien voor de bewoners, die min of meer gegijzeld zijn – zij mogen en kunnen het eiland niet af. Nederland doet vergeefse pogingen om de Maasbruggen te vernietigen. Bombardementsvluchten missen hun doel en het plan om met mariniers de Willemsbrug te heroveren en op te blazen mislukt eveneens. De mariniers houden geen rekening met de Duitse soldaten in het Nationale Levensverzekering-Bank en komen tussen twee vuren terecht. Sommigen zoeken dekking onder de brug en blijven er zitten tot aan het bombardement op 14 mei 1940.

Rotterdam wordt op die veertiende mei totaal rücksichtslos gebombardeerd. Zo’n negentig vliegtuigen, van het type Heinkel He 111, vliegen over en laten de bommen zonder specifiek doelwit vallen. Waarom het gebeurt, is moeilijk te zeggen. Na vijf dagen strijd is Rotterdam in een uitzichtloze situatie terechtgekomen en onderhandelingen tot overgave schijnen al plaats te vinden. Een bombardement om een doorbraak te forceren lijkt daarom niet logisch. Wellicht is het ego van Hermann Göring, de opperbevelhebber van de Luftwaffe, gekrenkt. Zijn opdracht om de stad te veroveren is na vijf dagen nog niet gelukt. Wil hij zijn gezicht redden? Weet hij eigenlijk af van de onderhandelingen? Of is er een andere reden? Kort na het bombardement geeft heel Nederland zich over, bang dat de Duitsers hetzelfde gaan doen bij steden als Amsterdam en Utrecht.

De stad begint meteen, op z’n Rotterdams, met puinruimen en vooruit kijken. Vier dagen na het bombardement krijgt stadsarchitect W.G. Witteveen de opdracht een wederopbouwplan te maken; zes dagen later wordt het hele getroffen gebied in één keer onteigend. Een reden van het snelle handelen is dat Rotterdam graag de regie wil behouden, zodat voorkomen wordt dat de Duitsers de stad gaan opbouwen. Uiteindelijk wordt het plan van Witteveen door zijn opvolger Van Traa herzien. Op 28 mei 1946 neemt de gemeenteraad het Basisplan aan en kan de wederopbouw van Rotterdam echt beginnen.

TENTOONSTELLING DE AANVAL
De groots opgezette tentoonstelling De Aanval – mei 1940, vijf dagen strijd om Rotterdam vertelt het verhaal van de dagen die voorafgaan aan het bombardement. De tentoonstelling is een samenwerking tussen Museum Rotterdam, Stadsarchief Rotterdam en het Militärhistorisches Museum Flugplatz Berlin-Gatow. Als locatie is gekozen voor de recent opgeknapte Onderzeebootloods RDM Rotterdam. En dat is niet zomaar gedaan. Het gigantische gebouw met zijn grote open ruimte en dito deuren is nodig voor het pièce de résistance: een Heinkel He 111, het type vliegtuig dat Rotterdam verwoestte tijdens het bombardement.

Heinkel He 111
Het toestel is geen echte, in Duitsland gebouwde Heinkel-bommenwerper. Daarvan zijn er wereldwijd nog maar vier over. Dit exemplaar, dat uit de collectie komt van het Militärhistorisches Museum Flugplatz Berlin-Gatow (een van de medeorganisatoren), is een Spaanse Casa 2.111, een licentiebouw van de Heinkel He 111. Spanje onder dictator Franco was bevriend met nazi-Duitsland en had de rechten verworven om dit toestel te bouwen in eigen fabrieken. Het is dus hetzelfde type vliegtuig, alleen geen origineel Duits exemplaar dat de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Toch heeft het wel de Duitse kleuren en staat er zelfs een hakenkruis op geschilderd. Dat komt omdat het vliegtuig is gebruikt in de film The Battle of Britain (1969), als vervanger van de Duitse Heinkel He 111 die destijds ook Engeland heeft gebombardeerd. De filmmakers hebben het vliegtuig overgeschilderd en zo is het opgenomen in de collectie van het Militärhistorisches Museum.

Vijf dagen strijd
Het vliegtuig vormt als symbool van het bombardement de apotheose van de tentoonstelling, die vooral gaat over de vijf dagen van harde strijd om Rotterdam. Dat verhaal wordt vanuit drie perspectieven belicht: de verwarring bij de Rotterdamse burgers, het verzet van de Nederlandse militairen en de ervaring van de Duitse soldaten. Hiervoor zijn voornamelijk egodocumenten gebruikt, zoals dagboeken, interviews en verslagen. Grote schermen met originele foto’s en filmbeelden vertellen het verhaal, historische objecten daaromheen maken de strijd tastbaar. In vitrines zijn verschillende uitrustingen te zien, waaronder die van een Nederlandse marinier, een Duitse Fallschirmjager en een Rotterdamse agent. Maquettes en beelden van de stad voor en na de oorlog tonen tot slot de enorme gevolgen van de vijf meidagen in 1940.
ONDERZEEBOOTLOODS, T/M ZO 25 OKTOBER